Getaande huid - boekfragment


'Ik adem de 360° weidsheid diep in. De weidsheid die wij zelf zijn, want deze met leven zinderende vlakte is een verlengde van mezelf en ik van haar. Zo ervaar ik het. Geen autoverwarming die ons voor de kou kan behoeden, geen busraampje dat dit landschap in een kader plaatst en toeschouwers van ons maakt. Mijn poriën zuigen zich vol met de onmetelijkheid.

 

Paul en ik spreken weinig. Er zijn van die momenten in je leven waarop de schellen voor even van je ogen vallen. Dan heb je geen woorden nodig. We dobberen op de stilte en het samenzijn. Een kudde wilde paarden galoppeert in de verte over de vlakte en schildert een krachtig tafereel van vrijheid tegen de achtergrond van mos, steppelelie en kamperfoelie. Runderen met wijde horens brengen variatie aan in de grote vlekken groen, als zwarte modderspatten op een grastapijt. Kamelen, koeien, ezels, schapen en ganzen wandelen gezapig over de weg.

 

Ik groet hen in gedachten en fiets zonder angst voorbij. Zelfs de honden schikken zich, net als wij, naar de wetten van de wildernis. Ze zijn wild, dat wel, maar ze hebben om die reden niets te verdedigen. Wij gaan een beetje voor hen opzij. Zij gaan een beetje voor ons opzij. Met zoveel ruimte zijn territoriumgevechten niet nodig: inpassen is wat we met zijn allen doen, ons inpassen in de vloeiende dans van het leven.'